Ik herinner het me nog wel, in de late jaren ‘80, begin jaren ‘90 werd me als jonge puber tijdens maatschappijleer geleerd dat we langzaamaan in een wegwerp cultuur leefden. Onze leerkracht zag er uit als een bewuste hippie: slobberbroek, lange haren en vooral passioneel over het klimaat. Hij vond dat wij tijdens een van de lessen moesten nadenken over hoe we minder spullen konden wegwerpen en meer konden hergebruiken. Bewust consumeren. Of eigenlijk: consuminderen
Hoe is 2025 voor jou?✨ Ontdek het nieuwste boek van spiritueel uitgeverij AnkhHermes: Antwoorden uit het Universum.
Toen al.
En hij was niet de enige. Ik denk dat wij als klein Nederland-je daarom ook nooit echt die gratis wegwerp plastic tassen bij de supermarkt hebben gehad. Voor mij is het meer dan gewoon dat we nu, ineens, hier in Spanje voor een plastic tas moeten bijbetalen. Ik neem immers al jaren mijn eigen shopper mee de winkel in.
Toch heeft het me flink wat tijd gekost om te begrijpen wat eigenlijk die wegwerp maatschappij is die mijn leerkracht bedoelde. Ik heb jaren zonder nadenken materiaal en spullen maar eenmalig gebruikt: plastic zakjes, tetra pakken, piepschuim verpakkingen. Ik denk dat ik zelfs kledingstukken, die ik maar een keer had gedragen en eigenlijk liet verstoffen in mijn kledingkast, daarna, sorry, gewoon in de prullenbak heb gegooid.
En zelfs nu.
Want dan baal ik er weer van die zak vol eenmalig plastic die ik gisteren naar de afvalbak heb gebracht, me bedenkend hoe ik dat toch had kunnen voorkomen.
Duurzaam consumeren
Besluit je duurzamer te leven dan komt natuurlijk het hergebruiken van spullen in je op. Mijn wake up call op het gebied van duurzaam consumeren, kwam toen ik voor het eerst, nadat ik een lange relatie had verbroken, mijn eigen plekje in Tilburg had. Ik was per ongeluk in een kleine gemeenschap van redelijk bewuste mensen terecht gekomen. Er werd niet gekookt uit pakjes en zakjes maar from scratch, de inkopen werden gedaan in het winkelcentrum om de hoek, bij lokale bedrijven en op de markt.
Maar de les van mijn oude maatschappijleer kwam pas echt weer bij me terug toen een buurman me meenam naar een tweedekanswinkel. Toen ik door de draaideur stapte, ging er een wereld voor me open. Dit was de leukste winkel waar ik ooit was binnen geweest.
Ik liet mijn buurman los en struinde door de rekken vol ouderwets serviesgoed, rijen met gelezen boeken en, wat gaaf, een hele hoek vol meubels. Zo een bonte boel had ik nog nooit bij elkaar gezien en mijn hart maakte een sprongetje: we gaan op avontuur. Ik wentelde me in de grote variatie, liet me verrassen door wat er op de volgende plank lag en besefte me dat elk spulletje hier gewoon een verhaal had. Ik werd nog het meest blij van de kledingrekken. In de warenhuizen en kledingzaken had ik vooral rekken met steeds hetzelfde in een andere maat gezien, hier was het een uitbarsting van kleur, maat en stijl. Geen een kledingstuk was hetzelfde en dat deed me goed. Ik struinde uren door de rekken om een nieuwe, maar vooral originele, outfit voor mijn verjaardag zoeken.
Maar er was ook een andere reden. Ik ontdekte dat de kledingindustrie een van de vervuilendste industrie is die er bestaat. Ik was natuurlijk al jaren tegen bont, maar had me nog nooit afgevraagd waar al die nieuwe kledingstukken vandaan kwamen en, zodra de er een nieuw seizoen aanbreekt, waar de niet verkochte stukken heen gingen (weet jij het?). Ik was me niet bewust van het productieproces en wie daar allemaal deel van uitmaakte, totdat langzaam via de mainstream het nieuws binnen sijpelde over de instorting van het Rana Plaza.
Dat kan anders
Vanaf dat moment besloot ik me meer te verdiepen in de productielijn die nodig is om een product bij mij thuis te krijgen en af te wegen of dat de kosten waard zijn. Voor mij, voor de producent, voor de aarde, maar ook van het product.
Wil ik meebetalen aan een industrie die ervoor zorgt dat de rivieren in China alle kleuren van de regenboog hebben? Wil ik dat er voor de productie van mijn jeans duizenden liters water wordt gebruikt? Wil ik dat voor mijn goedkope t-shirt iemand anders eigenlijk niet genoeg verdient om zijn of haar familie te onderhouden? En dan heb ik het nog niet over de kilometers aan transport en de CO2 uitstoot, dat die producten, speciaal voor mij, maken.
En dus kies ik bewuster. Ik koop alleen nieuw als ik weet dat ik niet anders kan en bij een bedrijf waarvan ik weet dat ik er op een of andere manier goed aan doe: of het is van gerecycled materiaal, of het is een lokaal winkelketen, of het is van zulke goede kwaliteit dat ik het jaren kan gebruiken. Voor alle andere keren koop ik tweedehands. Ik kan zeggen dat, buiten ondergoed, het aantal kledingstukken die ik nieuw heb gekocht op een, oke, misschien twee, handen te tellen zijn.
Koop tweedehands
Maar tweedehands winkelen is niet makkelijk, zeker niet als je naar iets speciaals op zoek bent. Je hebt die blouse in je hoofd, dus die wil je natuurlijk vinden. Tweedehands winkelen is dan een uitdaging, want de zoektocht naar die blouse kost je tijd en dus ook veel geduld. En dan is er daarnaast ook de kwestie van kwaliteit: is het nog wel in goede staat en functioneert het wel? Daarom geef ik je een paar tips, om de drempel naar de tweedehandswinkel voor je te verlagen.
- Stel je vooroordelen op de proef en loop gewoon eens een tweedehands winkel binnen. De tweedehands winkels zijn niet meer zo shabby als ze vroeger waren, ook de kleding die er hangt is veel moderner en niet alleen voor oma’s.
- Maak er een spel van en neem je stijl of de mode niet zo serieus. De variatie is enorm, zeker in de wat grotere tweedehandswinkels dus laat je verrassen door het aanbod. Probeer iets nieuws en wie weet kom je wel tot een hele nieuwe eigen stijl.
- Wil je kijken of iets je echt bevalt, doe dan een kledingwissel met vriendinnen. Ik zit hier in het dorp in een groep, waar we bijvoorbeeld elk jaar onze kleding uitwisselen. Zo circuleren er al jaren een paar kledingstukken die bijna iedereen wel een jaar heeft gedragen.
Consuminderen
Een andere manier van bewuster consumeren is consuminderen. Dit woord ken je waarschijnlijk wel en betekent dat je bewust minder consumeert. Je koopt minder spullen, gebruikt dat wat je hebt tot het echt aan vervanging toe is of laat het zelfs repareren in plaats van het te vervangen voor nieuw. Ook producten delen en zelf dingen maken behoort tot consuminderen.
Maar laat ik wel eerlijk zijn, in een tweedehandswinkel kan ik flink de kriebels krijgen en eigenlijk meer kopen dan ik nodig heb. Daarom heb ik twee belangrijke regels, als het gaat om mijn kledingkast, die jou misschien ook kunnen helpen.
- Bedenk waarom je nieuwe kleding gaat kopen en vraag je af of je het echt nodig hebt. Vaak kopen we iets omdat we ons slecht voelen, we denken dat we met de ‘mode mee’ moeten of gaan we shoppen in het winkelcentrum omdat het regent en de kids zich vervelen.
- Neem een kleine kledingkast. Ik heb in de afgelopen jaren niet veel ruimte gehad voor opslag en moest ik een limiet stellen aan wat ik kocht. Want ja ik ook kan me te buiten gaan in een tweedehandswinkel. Zo heb ik de regel dat als ik iets koop, ik ook iets moet doneren en als ik een kledingstuk een jaar lang niet heb aangeraakt ik het moet weggeven.
Het leuke is dat, zonder dat ik veel uitgeef en op een veel kleinere footprint shop, ik wel elk voorjaar en najaar een vernieuwde collectie kleding in mijn kast heb liggen.
Op alles toepasbaar
Ik heb het nu over kleding gehad, maar ik pas dit eigenlijk toe op elk ander product dat ik wil aanschaffen. Want denk maar eens na, waarom zou een avocado uit Peru goedkoper zijn dan die uit Zuid Spanje? Waardoor is iets wat van ver komt goedkoper, terwijl er meer kilometers aan transport voor wordt gebruikt? Ik vraag me dan af: hoe worden die paar euro’s over meer stappen in de productielijn verdeeld en wie betaal ik eigenlijk stiekem niet? Wat denk jij?
Lees ook:

• Daphne Helvensteyn • We are all leaves of one tree. We are all waves of one sea. (Thich Nhat Hanh) • Staat geaard en spiritueel in het leven • Is geïnteresseerd in sjamanisme, numerologie en astrologie • Woonachtig in Zuid Spanje •